Overlevering
Ons leven is veranderd. Maar als ik terugkijk in de tijd, zie ik geen scherp kantelpunt. Geen moment waarop alles ineens anders werd. Wat ik wel zie, is hoe God in de loop van de jaren dingen is gaan aanstippen. Vragen die ontstonden. Dingen die niet meer vanzelfsprekend waren. Waarheden waar ik mee was opgegroeid, maar die ik opnieuw moest overwegen. Dat proces begon al jaren geleden en is alleen maar verdiept. Niet doordat wij iets nieuws bedachten, maar doordat God verlangen begon aan te wakkeren.
En daar zit voor mij de kern.
Je kunt opgroeien met “waarheden” en toch niet leven vanuit relatie. Je kunt God dienen en toch de kern missen. Ik wil een Bijbeltekst delen, waarin precies dat pijnlijk duidelijk wordt – Deuteronomium 28:47-48 HSV:
‘Omdat u de HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met blijdschap en hartelijke vreugde, vanwege de overvloed van alles, zult u uw vijanden, die de HEERE op u af zal sturen, dienen met honger en dorst, met naaktheid en gebrek aan alles. Hij zal u een ijzeren juk op de hals leggen, totdat Hij u wegvaagt.’
Het is een pittige tekst. Het probleem was niet dat het volk God niet diende, maar dat ze Hem niet dienden met vreugde en blijdschap van hart. Dienen zonder vreugde is leeg. Het is doen wat moet. Wat hoort. Wat verwacht wordt. Maar het hart doet niet mee.
Dat herken ik. Zo heb ik ook geleefd. Jarenlang.
Er zat een kramp op. Een moeten. Dingen doen omdat ze zo geleerd waren. Maar als je dan de vraag stelt: waarom doe je dit eigenlijk? — en je hebt geen antwoord, dan leef je niet vanuit relatie, maar vanuit overlevering. En dat is leeg. Het ziet er misschien goed uit, maar er zit geen leven in.
Verandering
De verandering begon toen God iets in ons deed. Hij begon verlangen aan te wakkeren. Heel geleidelijk. Heel trouw. Hij liet zien dat er meer was dan wat wij kenden. Dat geloof niet begint bij moeten, maar bij ontvangen. Dat Hij een goede God is, altijd. En dat Hij gediend wil worden vanuit relatie en niet vanuit plicht.
Psalm 100 zegt: “Dien de HEERE met vreugde.” Dat werd voor ons geen tekst, maar een uitnodiging en een bevestiging in één. Dienen vanuit vreugde betekent dat je leeft vanuit relatie. Vanuit verlangen. Vanuit een hart dat mee doet. Niet omdat het moet, maar omdat je het wilt. Omdat je weet dat Hij goed is.
Dat heeft iets losgemaakt.
Wij hebben dingen losgelaten. Waarheden die vast leken te staan. Manieren van denken. Manieren van doen. Niet om los te laten om het loslaten, maar om opnieuw te ontvangen. Om God zelf te laten spreken. Om opnieuw te ontdekken:
Heer, wat wilt U dat ik doen zal?
En nee, dat was niet altijd makkelijk. Want als je loslaat wat je altijd hebt vastgehouden, wat blijft er dan over? Er zijn momenten geweest dat we dachten: komt dit wel goed? Maar juist daar hebben we geleerd dat God betrouwbaar is. Dat Hij niet loslaat. Dat Hij geeft wat goed is en soms ook wegneemt wat niet goed was.
We leerden leven met open handen.
Niet krampachtig vasthouden, maar durven ontvangen. Want in een gesloten hand kan niets nieuws gelegd worden. En hoe harder je knijpt, hoe minder je uiteindelijk overhoudt.
Van overlevering naar openbaring.
Van kramp naar ontspanning.
Van plicht naar vreugde.
Genade
Dit alles is genade. Want als het onze verdienste zou zijn, wordt het wet. Dan zou het iets zijn wat je kunt afdwingen of herhalen. Maar zo werkt het niet. God heeft het verlangen aangewakkerd en wij hebben het niet tegengehouden.
En dát zie je terug in ons huis.
Wat God in ons deed, werd zichtbaar in ons leven. En wat zichtbaar werd in ons leven, werd zichtbaar in onze kinderen. Niet perfect, maar wel echt. Wat voor ons een zoektocht was, is voor hen de basis geworden.
Misschien is dat wel waar het begint.
Niet bij harder je best doen.
Niet bij het beter weten.
Maar bij de vraag:
Heer, wat wilt U dat ik doen zal?
En dan… durven ontvangen.
Zegen!
Tim Meijer, 26 april 2026